Communicatie met allochtone patiënten.

Oudere migranten hebben vaak problemen met het helder onder woorden brengen van hun klachten en hebben minder kennis van hun gezondheid en leefstijl. De taalbarrière en cultureel bepaalde communicatieproblemen maken dat het contact tussen huisarts en allochtone patiënten niet goed verloopt.

Om communicatieproblemen te voorkomen of op te lossen en de patiënt begrijpelijke voorlichting te geven, kunt u als huisarts een interculturele zorgconsulent inschakelen.

Een aantal communicatietips voor huisartsen en praktijkondersteuners.

 • Taal is een belangrijk middel om voelen en handelen op gang te brengen. Voor de allochtone patiënt is het vaak moeilijk om in een vreemde taal alle gedachten en gevoelens te verwoorden. Een Nederlandse patiënt kan daardoor op een arts gemotiveerder overkomen dan een allochtone patiënt die de taal minder goed beheerst.

 • Schakel een allochtone zorgconsulent in bij gesprekken met patiënten met wie de communicatie moeilijk verloop, zeker als het gaat om gecompliceerde informatie. Is de verwachting dat het gesprek emotioneel wordt ,dan is het beter dat de zorgconsulent bij driegesprek persoonlijk aanwezig is.

  Probeer zoveel mogelijk uw eigen culturele bril af te zetten.                 Verplaats u zich in de manier van denken en waarnemen van de allochtone patiënt. Zet eventuele vooroordelen opzij en zie de patiënt(e) bovenal als een gelijkwaardig mens, toon belangstelling en stel vragen.

 • Verdiep u zich in de culturele achtergronden van allochtone patiënten. Uiteraard is het niet de bedoeling dat u als hulpverlener helemaal thuis moet zijn in de andere religies en culturen. Het gaat om het bewustzijn van het feit dat uw westerse cultuur uw handelen en denken kan bepalen. Gedrag dat in uw ogen vreemd is, wordt beter verklaarbaar als gekeken word naar de culturele achtergrond van allochtone patiënt.

 • Ga ervan uit dat "ja" niet altijd als ''ja" van Nederlandse patiënt betekent. Voor Nederlanders betekent het instemmen, het ermee eens zijn, de boodschap begrijpen. In veel andere culturen betekent  'ja' dat het contact kan worden voortgezet. Ook zal de patiënt vaak 'ja' zeggen uit beleefdheid omdat hij gewend is een arts niet tegen te spreken.

 • Houd zinnen kort. gebruik geen moeilijke  woorden bijvoorbeeld 'aangeboren', 'erfelijk', infectie, bacterie. Gebruik geen vakjargon .Herhaling van de boodschap met eenvoudige woorden helpt niet als de patiënt überhaupt geen kennis heeft van het menselijk lichaam of bepaalde begrippen niet kent.

 • Gebruik geen spreekwoorden en gezegden. Deze leiden veelal tot verwarring, omdat allochtonen deze vaak niet kennen.

 • Sommige artsen voelen zich onzeker bij het stellen van vragen aan allochtone patiënt, bijvoorbeeld omdat ze denken dat bepaalde vragen in andere culturen niet gesteld mogen worden, of omdat ze bang zijn dat een bepaalde vraag niet goed of misschien discriminerend overkomt. Vraag echter rustig wat gevraagd moet worden en vraag door bij opmerkingen, gedragingen of non-verbale signalen die u niet onmiddellijk begrijpt. De vragen  die hierbij de meeste informatie leveren beginnen met 'wat','wanneer', 'hoe','hoeveel','' waar'of 'waarom' Bij vragen die de patiënt met 'ja 'of 'nee' zou kunnen beantwoorden, bestaat het risico dat hij/zij geen 'nee' durft te antwoorden, al zou patiënt dat eigenlijk wel willen.

 • Laat u niet van de wijs brengen door het gegeven dat sommige allochtone patiënten moeite hebben met de houding van de artsen in Nederland ten opzichte van patiënten. Sommigen stellen het niet zo op prijs dat de arts hen bij het proces wil betrekken, bij het bespreken van klachten en stellen van de diagnose. Zij zien de arts als een autoriteit en verwachten van hem of haar een snelle diagnose en medicatie. Op de vraag van de arts 'Hebt u zelf een idee waar uw klachten vandaan komen? ' kan het antwoord komen: 'Dat weet ik niet, u bent de arts.' Probeer duidelijk te maken dat u veel informatie nodig hebt om de patiënt goed te kunnen behandelen.

 • Benadruk bij de patiënt en zijn familie dat de arts ( en een eventueel bij het gesprek aanwezige allochtone zorgconsulent) een beroepsgeheim heeft en dit beroepsgeheim betekent dat de arts niets mag verder vertellen aan anderen zonder toestemming van de patiënt.

 • Allochtone patiënten uiten in de ogen van huisarts hun lichamelijke klachten wel eens overdreven. Dit is geen aanstellerij maar een manier om de klachten te benadrukken, vooral als de patiënt problemen heeft om in het Nederlands duidelijk te maken wat er aan de hand is. Daarnaast komt het feit dat hulpverleners sommige gedragingen overdreven vinden ook voort uit hun eigen 'nuchtere' cultuur.

 • Over het algemeen wordt in niet-westerse culturen een groot deel van de familie bij de behandeling betrokken. Enerzijds omdat de religie dit voorschrijft, anderzijds omdat de familie de zieke zelf niet wil belasten met de ernst van zijn ziekte uit vrees dat hierdoor het ziekteproces negatief wordt beïnvloed. De huisarts doet er goed aan bij zijn allochtone patiënt te informeren welke gezins-of familieleden als vertrouwenspersonen in het proces betrokken (moeten) worden en wanneer dat het beste kan gebeuren.

 • Mannelijke patiënten  hebben soms moeite met vrouwelijke hulpverleners, vrouwelijke patiënten soms met mannelijke (Dit verschijnsel komt overigens ook bij Nederlandse patiënten voor). Hiervoor kunnen verschillende oorzaken zijn, die verschillen van patiënt tot patiënt. Soms is het wenselijk en mogelijk om aan wensen van de patiënt tegemoet te komen, bijvoorbeeld als het gaat om een traditioneel vrouwelijke patiënt. Maar in eerste instantie mag van allochtone patiënt verwacht worden dat zij de arts of praktijkondersteuner accepteren , of ze nu een man of vrouw is. Het voordeel van een vrouwelijke hulpverlener bij een traditionele vrouwelijke patiënt die geen Nederland spreekt, is dat zij diverse non-verbale manieren heeft om de vrouw bij te staan en haar medeleven te laten zien. Bijvoorbeeld bij haar gaan zitten en haar hand vasthouden, haar even bij de schouders vasthouden. Ogenschijnlijk eenvoudig, maar heel waardevol bij de verwerking van een moeilijke boodschap. Als haar echtgenoot is meegekomen om het woord voor haar te doen en overheersend is, kan de arts hem vragen even weg te gaan. Van een arts zal hij deze vraag accepteren. Ook de aanwezigheid van een vrouwelijke zorgconsulent helpt om de vrouw zo goed mogelijk te begeleiden.

 

Bron: NIGZ